‘Slofjes en mutsjes onnodig bij isolatieverzorging’

Het opzetten van een mutsje of aantrekken van plastic slofjes heeft geen nut als je zorgt voor een cliënt die besmet is met COVID-19. Het kan zelfs de kans op besmetting vergroten wanneer je slofjes gebruikt. Charlotte Michels, deskundige infectiepreventie bij CareB4 en expert infectiepreventie van Vilans, legt uit.

Foto: watchara / stock.adobe.com

We zien wel eens dat verzorgenden mutsjes dragen bij isolatieverpleging bij COVID-19, waarom is dat zinloos?
‘Omdat het niets uithaalt. Deze mutsjes hebben nut op een operatiekamer in het ziekenhuis, waar alles steriel moet zijn. Je voorkomt met zo’n mutsje dat er huidschilfers van je hoofd of haren in de wond komen. Maar bij het verzorgen van een cliënt met COVID-19 heeft het geen zin. Theoretisch gezien zou je wanneer je druppeltjes op je hoofd krijgt, hier met je handen aan kunnen zitten en met die handen kun je vervolgens aan je mond zitten, zodat je je slijmvlies besmet…’

Dat klinkt als een lang verhaal…

‘Ja, en als het verhaal lang is, dan betekent dat vaak dat het risico vrijwel nihil is. Het enige nut van zo’n mutsje zou kunnen zijn omdat je hiermee voorkomt dat je je haar meestrikt, wanneer je een mondneusmasker draagt dat je aan de achterkant van je hoofd vaststrikt. Het heeft dan een praktisch nut. Maar qua hygiëne maakt het dus niets uit.’

In de vvt wordt er gebruikgemaakt van persoonlijke beschermingsmiddelen (pbm) zoals schort, mondmasker, bril en handschoenen. Charlotte Michels zet 6 fabels en feiten over pbm op een rij >>

Hoe zit het met de plastic slofjes?

‘Die helpen ook niet. Theoretisch zou je kunnen zeggen: er liggen virussen op de vloer, dit kan aan je schoenen komen. Wanneer je met dezelfde schoenen thuis over de vloer loopt, kan je kruipende kind dit aan de handen krijgen en in de mond stoppen… Wederom een lang verhaal dus. Wat wél een reden kan zijn om deze slofjes aan te trekken, is omdat je een cliënt helpt met douchen en je geen natte schoenen wilt. Maar bij het verzorgen van coronapatiënten heeft het geen nut. Sterker nog: het kan een averechts effect hebben.’

Hoe?

‘Vaak vergeten zorgverleners de slofjes uit te trekken bij het verlaten van de isolatiekamer. Ze komen dan een collega tegen die zegt: “Hey, je hebt je slofjes nog aan.” Vervolgens zit je met je handen aan die slofjes om ze uit te trekken, waarop je waarschijnlijk vergeet om je handen te desinfecteren. Want je hebt niet het idee dat je iets besmettelijks hebt aangeraakt. En besmetting via de handen gaat wel heel makkelijk en snel in een kort verhaal. Dus op die manier zorgen slofjes voor meer risico op besmetting dan wanneer je ze uitlaat.’

Hoe komt het dat verzorgenden slofjes en mutsjes gebruiken, als het geen nut heeft?

‘Geen idee, misschien wordt het klaargelegd voor ze? En at er klaar gelegd wordt, wordt vaak ook “zonder nadenken” gebruikt. Misschien geeft het hen een gevoel van veiligheid, omdat ze ook op tv zien dat er mutsjes en slofjes gedragen worden? Het idee komt misschien ook van vroeger, in de begintijd van MRSA werd het wel eens ingezet. Maar het is dus niet nodig en het RIVM schrijft dit ook niet voor als PBM. Het zorgt alleen maar voor meer verspilling in de zorg, een gevoel van schijnveiligheid en –zoals in het geval van de slofjes- meer kans op besmetting.’

Wat zou je verzorgenden adviseren die slofjes en mutsjes voorgeschoteld krijgen?

‘Kaart aan dat het geen nut heeft, zorg dat het niet klaargelegd wordt en wijs je leidinggevende op de RIVM richtlijnen. Of laat ze dit interview lezen, haha.’

Gebruik jij een doekje om de kraan dicht te draaien?

Het belang van handen wassen is door de coronapandemie vergroot
Het belang van handen wassen is door de coronapandemie vergroot © Shutterstock

Gebruik jij een doekje om de kraan dicht te draaien? ‘Anders ben je terug bij af’

HANDENWASDAGHanden wassen. We deden het voorheen mondjesmaat, een beetje plichtmatig. Nu vinden we het belangrijker dan ooit. Deskundige Charlotte Michels vertelt op de Internationale Handenwasdag wat we goed doen en wat beter kan.Tonny Van Der Mee 15-10-21, 10:15 Laatste update: 15-10-21, 10:40 

Eerst even een kleine spoedcursus handen wassen, als de kraan eenmaal openstaat en de zeep erop zit. 1: wrijf de handen over elkaar. 2: steek de handen in elkaar en was de zijkanten van de vingers. 3: was ook de duimen. 4: draai de vingertoppen over de handpalm. 5: was de pols. Doe dat zeker tien tot twintig seconden is wereldwijd het advies.

Lees ook

Charlotte Michels, deskundige infectiepreventie, somt het nog maar eens op. ,,Het gaat steeds beter’’, zegt ze. ,,Mensen zijn van goede wil, maar in de uitvoering gaat het weleens mis. Doorloop alle stappen, zodat het ook effect heeft.’’

Neem de duim. Die valt vaak buiten de boot, terwijl die net zo belangrijk is. Michels: ,,Bij alles wat je oppakt, gebruik je ook de duim. Als je die overslaat en je wast de rest van de hand wel goed, is het hele feest voor niks geweest.’’

Een beetje bijscholing vandaag op de ‘Internationale Dag van het Handen Wassen’ kan geen kwaad. Het is een dag waar sinds 2008 overheden, scholen, internationale (hulp)organisaties en bedrijven aandacht vragen voor het belang van handen wassen met zeep als middel om verspreiding van ziektes en virussen tegen te gaan.

Diarree

Volgens Unicef vermindert handen wassen het risico op diarree bij kinderen met meer dan 40 procent, en de kans op een coronabesmetting met 36 procent. Essity, een internationaal bedrijf voor hygiëne en gezondheid, becijferde vorig jaar dat Nederlanders door de coronapandemie iets vaker hun handen wassen: gemiddeld negen keer op een dag. We doen dat niet zozeer voor anderen, maar vooral voor onszelf, zei bijna driekwart van de Nederlanders. Michels: ,,De bewustwording van een goede handhygiëne is enorm vergroot. Het is nu zaak dat vast te houden.’’

Handen zijn de belangrijkste overbrengers van micro-organismen, zoals bacteriën, virussen en schimmels. ,,Van heel veel micro-organismen heb je geen last, maar er kunnen ook ziekteverwekkers tussen zitten.’’

Charlotte Michels
Charlotte Michels © Privébeeld

In theorie zou je dan de hele dag je handen moeten wassen. Maar het is zeker niet nodig om elkaar smetvrees aan te praten. Volgens Michels is het belangrijker om het te beperken tot cruciale risicomomenten: na toiletbezoek, voor het koken en eten en na contact met ‘vies’ materiaal. Wie rauw vlees heeft aangeraakt of gehaktballen heeft staan rollen, doet er verstandig aan de handen goed te wassen.

Toch zijn er wereldwijd nog steeds mensen die hun handen niet wassen voordat ze gaan koken of eten, of nadat ze naar het toilet zijn geweest. Vorig jaar bleek uit een groot Europees onderzoek dat slechts 44 procent van de EU-burgers ervan overtuigd was dat het niet wassen van hun handen met zeep nadat ze niesden een hoog risico op een infectie opleverde.

Nagels poetsen

En uit het onderzoek van Essity bleek dat maar 62 procent twintig seconden de tijd neemt voor het handen wassen. En slechts 36 procent neemt ook de moeite om onder de nagels te poetsen. Dat laatste geldt vooral voor vrouwen met lange nagels of nepnagels. Bij korte nagels volstaat het rondraaien van de vingertoppen op de handpalm.

Slechts een kwart draait vervolgens de kraan dicht met een schone (wegwerp)doek. De rest gebruikt zijn ‘blote’ handen. Daar gaat het ook vaak mis, weet Michels. De kraan is een belangrijke bron van infectie. Ze adviseert een papieren handdoekje te gebruiken. ,,Anders ben je net zo ver als toen je de kraan opendraaide. Kranen zijn warmer en vochtiger. Dat zijn twee belangrijke groeifactoren voor bacteriën.’’

Onacceptabel

Veel openbare gelegenheden hebben waterkranen met een sensor en een blazer om handen te drogen. Dat is zeker gunstig, zegt Michels. ,,Het nadeel van ‘drogers’ is dat Nederlanders zichzelf de tijd niet gunnen om te wachten tot de handen droog zijn. De kans op een restbesmetting is groter als je je handen niet goed afdroogt. Katoenen handdoekjes zijn onacceptabel.  Daar groeien bacteriën in door. Dan droog ik nog liever mijn handen af aan mijn broek of een stukje wc-papier.’’

Uit het Essity-onderzoek blijkt dat mensen zich comfortabeler voelen als ze weten dat anderen ook hun handen hebben gewassen. Michels: ,,Als heel Nederland de handhygiëne op orde heeft, kun je prima weer handen schudden. Elkaar een boks geven, is geen risico. Dat doe je met een deel van de hand waar je geen gehaktballen mee draait.’’ 

Schoonmaker onmisbaar voor doorbreken van besmettingscyclus

Wat heeft de coronapandemie ons geleerd over infectiepreventie, hygiëne en schoonmaak? Hoe is de relatie tussen die drie? En wat is er, al dan niet blijvend, veranderd? Service Management vroeg het aan deskundige infectiepreventie Charlotte Michels. “De ogen in de zorg zijn geopend over het belang van schoonmaak.”

Met haar bedrijf CareB4 adviseert en begeleidt Michels organisaties in de langdurige zorgsector, onder andere verpleeghuizen, op het gebied van infectiepreventie. Ze blikt terug op de afgelopen anderhalf jaar. “Vrijwel alles stond in het teken van het coronavirus. We moesten met z’n allen veel leren, want in het begin was er nog veel onbekend. Wat is dit nieuwe coronavirus precies? Hoe kunnen we er het beste mee omgaan? Ook uitbraakmanagement kostte veel tijd. De grootste uitdaging was de enorme omvang en de drukte die dat in de zorg met zich meebracht. Crisismanagement, op- en afschalen, trainen, bijleren en draaiboeken maken… Het was een hectische periode. Nu is dat in een redelijk stabiel vaarwater gekomen.”

Het nieuwe normaal

Volgens de hygiëne-expert is het nu zaak om het nieuwe normaal te definiëren. “Ik zie verpleeghuizen een beetje als de voorlopers van de rest van de maatschappij”, zegt Michels. “Daar zijn alle bewoners en medewerkers die dat willen en zich konden laten vaccineren, al gevaccineerd. Het is nu de vraag: Als bijvoorbeeld een medewerker positief test op het coronavirus, moet iedereen dan weer in isolatie? Of accepteren we de besmetting omdat iedereen is gevaccineerd en dus de kans op ernstige ziekte of zelfs overlijden heel erg laag is? Dat kantelpunt gaan we straks in de rest van de maatschappij ook bereiken, wanneer iedereen is gevaccineerd.” 

Hoe kijkt Michels daar tegenaan? “Het coronavirus gaat niet meer weg en kan dus altijd nog ergens binnenkomen. Ik denk dat we in de toekomst een mogelijke besmetting accepteren, omdat we gevaccineerd zijn en weten dat we dus waarschijnlijk niet meer zo ziek worden. Als je die besmetting niet accepteert, dan gaat dat ten koste van de vrijheid en uiteindelijk van de kwaliteit van leven. Circulatie en mutatie van het virus blijft bestaan zolang vaccinatie in onder andere de armere landen nog een probleem blijft.”Kunnen we ziekteverzuim door griep voorkomen?

Kunnen we ziekteverzuim door griep voorkomen?

“Toiletbezoek wordt moment van well-being” (Marielle Romeijn, One Hundred Restrooms)

“Toiletbezoek wordt moment van well-being” (Marielle Romeijn, One Hundred Restrooms)

Angst regeert 
“Angst heeft geregeerd”, zegt Michels nog over de coronaperiode. “Ook op het gebied van schoonmaak. Daardoor zijn er allerlei extra maatregelen genomen waarvan we nu kunnen zeggen dat deze overbodig waren. Sommige mensen zijn creatief gaan denken, wat ik normaal gezien altijd weet te waarderen. Maar in dit geval werd er vrijwel overal gedesinfecteerd en soms met middelen die niet echt het gewenste effect hadden. Terugkijkend vind ik dat er een beetje chaotisch is geacteerd. Nu is het tijd om het kaf van het koren te scheiden en vast te stellen wat er echt nódig is en wat alleen door angst of zorgzaamheid ingegeven is.”

Faciliteer de schoonmakers zodat zij de besmettingscyclus kunnen verbreken

Besmettingscyclus doorbreken
De hygiëne-expert vervolgt: “Schoonmaak in de zorg is altijd al belangrijk geweest voor infectiepreventie. Vooral vanwege de bijzonder resistente micro-organismen (BMRO’s) zoals MRSA. Dat zijn bacteriën die niet meer doodgaan van antibiotica. Daardoor moet de schoonmaak altijd goed op orde zijn, want je weet nooit zeker of een cliënt wel of geen drager is van zo’n bacterie.” 

Maar volgens Michels zijn nu pas bij iedereen de ogen geopend over het belang van schoonmaak. “Door goed schoon te maken kun je de besmettingscyclus doorbreken. Het virus kan zich verspreiden van patiënt A die het handvat van de tillift beetpakt, naar patiënt B die even later hetzelfde handvat beetpakt. Door op tijd goed schoon te maken, voorkom je dat. Wij kunnen het vuur wel uit de schenen lopen om iedereen te isoleren, maar als de schoonmaak niet op orde is, en de schoonmaker verspreidt in plaats van schoonmaakt, blijft het probleem bestaan. De samenwerking tussen schoonmaak en infectiepreventie was er al en wordt alleen maar intensiever.”

Schoonmaken bij MRSA versus corona

Het ene micro-organisme is het andere niet. Ook niet op het gebied van schoonmaak. Michels vertelt: “Het verschil zit in de overlevingskans in de omgeving van, in dit geval, het coronavirus ten opzichte van bijvoorbeeld MRSA. Die laatste kan maandenlang in droog stof overleven. Als een MRSA-cliënt in een kamer heeft verbleven, dan moet je die tot in de puntjes schoonmaken. Overal moet stof weggehaald worden, ook achter de kasten bijvoorbeeld, want daar kan dus nog zo’n bacterie tussen zitten. En die kan vervolgens, weken of maanden later, door het verschuiven van de kast bij een andere cliënt terechtkomen en diegene besmetten. Het coronavirus kent een andere schoonmaakprocedure. Daarvan weten we dat overdracht via de lucht een grote rol speelt, dus ventilatie is belangrijk. Daarnaast richt de schoonmaak zich vooral op de contactpunten, de oppervlakken die mensen met hun handen aanraken.” 

Ze vat, ontnuchterend, samen: “Een coronavirus overleeft minderlang in de omgeving dan bijvoorbeeld een MRSA-bacterie. Daarnaast breng je een MRSA-bacterie makkelijker uit de omgeving over dan een coronavirus. Het is de kunst de verhouding tussen de inspanning bij schoonmaak en het risico wat je anders loopt, te optimaliseren. Niet meer doen dan strikt noodzakelijk, waarbij je het grootste risico ondervangt. En daarvoor is goede samenwerking tussen schoonmaak en infectiepreventie bittere noodzaak.”

Kennis van werknemers
Vanwege die belangrijke rol van de schoonmaak, is ook het belang van kennis enorm toegenomen, stelt Michels. “Dat zie je nu ook terug in de vraag naar schoonmaakopleidingen. Daar is haast niet tegenop te scholen. Maar het is wel een goede ontwikkeling, want men ziet nu in dat kennis bij de schoonmaakmedewerker op de werkvloer nodig is. De medewerker kan de infectiepreventie namelijk maken of breken. Als een schoonmaakmedewerker zijn of haar werk niet goed doet, kan diegene zelfs een bron van verspreiding worden. Bijvoorbeeld door de vouwmethode niet goed toe te passen. Dat gebeurt echt heel vaak, geloof me… Of door na het schoonmaken van een vieze wasbak op de kamer, toch ook nog even de deurklink af te nemen. Dat terwijl hij of zij juist eigenlijk die verspreiding moet voorkomen en doorbreken. Diegene kan dat alleen met de juiste kennis. En met goede middelen, materialen en duidelijke, eenduidige procedures”, voegt Michels daar snel aan toe. 

“Schoonmaakmedewerkers moeten goed snappen wáárom bepaalde dingen moeten gebeuren en wat de consequenties (kunnen) zijn als dat niet gebeurt”, vervolgt de infectiepreventiedeskundige. “En de procedures moeten duidelijk en praktisch uitvoerbaar zijn. Geen academische literatuurverhalen, maar een vertaling naar wat het voor de medewerkers op de werkvloer betekent. Het liefst met weinig tekst en veel visualisatie.”

Charlotte Michels: “De schoonmaakmedewerker kan de infectiepreventie maken of breken.”

De schoonmaker faciliteren 
Michels eindigt met een boodschap voor schoonmaakbedrijven. “Faciliteer de schoonmaakmedewerkers. Reik hen die kennis aan, want in de praktijk zie ik dat het kennisniveau vaak wel een stukje hoger mag. Zorg dat ze de middelen en materialen goed gebruiken en dat ze de juiste volgorde van werken hanteren. Dat ze weten wát ze doen en wáárom ze dat doen. Dit is geen kwestie van eenmalig opleiden, maar van onderhouden en regelmatig toetsen. En tot slot: geef ze de middelen, de roosters met de juiste frequenties en geef ze de tijd. Kortom, faciliteer de schoonmakers zodat zij de besmettingscyclus kunnen verbreken. Want dat is cruciaal, nu en ook ná corona.”

Waarom je (ook in de winter) korte mouwen moet dragen

Volgens de landelijke WIP-richtlijnen móet iedere zorgverlener de onderarmen onbedekt laten, oftewel: werken met korte mouwen. Zowel in het verpleeghuis als de thuiszorg. Maar wat doe je nu als het in de wintermaanden koud is en je volgens het protocol toch echt korte mouwen moet dragen? Charlotte Michels, deskundige infectiepreventie en hygiëne-expert op Zorg voor Beter, gaat in op dit dilemma.

Eind januari vroegen we via Facebook aan thuiszorgmedewerkers of zij in de wintermaanden een vest óver hun zorgoutfit dragen, ook als dat dan betekent dat ze dan geen korte maar lange mouwen dragen. Van de 533 stemmers gaf de meerderheid (62 procent) aan dat ze tóch lange mouwen aandoen omdat het anders veel te koud is. Tijd dus voor een klein opfrislesje.

WAAROM IS DE AFSPRAAK OM KLEDING MET KORTE MOUWEN TE DRAGEN EIGENLIJK GEMAAKT?

Charlotte: ‘Lange mouwen komen in de buurt van de handen, en iedereen weet dat handhygiëne super belangrijk is om te voorkomen dat er allerlei vervelende bacteriën en virussen overgebracht worden van de ene naar de andere cliënt. En dat gebeurt natuurlijk ook als je lange mouw samen met je hand in het werkgebied terecht komt en vanaf het beddengoed, de huid van de cliënt of het incontinentiemateriaal, toch van alles meeneemt.’

Cliënten zijn vaak bezorgd als ik in mijn korte mouwenshirt verschijn: “Heb je het niet koud?” vragen ze dan.
Verpleegkundige


‘Zeker als je handschoenen draagt om je handen te beschermen, maar toch lange mouwen draagt is dit risico groot. Eigenlijk draag je je handschoenen dan voor niets en was je ook voor niets je handen, want de bacteriën reizen gewoon mee op je mouwen naar de volgende cliënt om daar weer neer te dalen in een wond of op de huid van de cliënt.’

Handen wassen wordt een probleem

‘De tweede en zeker net zo belangrijke reden om korte mouwen te dragen, is dat je je handen gewoon niet goed kunt wassen met lange mouwen, zonder deze nat te laten worden. Uiteindelijk ga je dan je handen minder goed wassen of stroop je de mouwen voor het wassen op en veeg je daarbij je vieze handen af aan de mouwen voor je ze gaat wassen. Kortom: redenen genoeg om korte mouwen te dragen.’

Mouwen opstropen: ja of nee?

Nu zijn er natuurlijk altijd creatieve zorgmedewerkers die andere oplossingen bedenken. Bijvoorbeeld door hun lange mouwen vóór het contact met de cliënt op te stropen. Maar daar moet je dan wel héél consequent in zijn, vindt Charlotte. ‘Bij een shirt is dit in theorie nog wel een uitvoerbaar alternatief voor de thuiszorg. Daar ligt het aantal contacten met verschillende cliënten op een ochtend veel lager dan in een zorginstelling. En dus hoef je niet zo vaak de mouwen weer op te stropen en weer naar beneden te doen.’

Ik draag lange mouwen die ik opstroop tot net onder de elleboogplooi. Je moet soms toch ergens kunnen hoesten of niezen.


Maar hoe zit dat dan in het verpleeghuis? Charlotte: ‘Daar functioneert dit alternatief van opstropen zeker niet. De contacten met cliënten zijn korter en vervolgens ben je bij wijze van spreken alleen nog maar je mouwen aan het verschuiven. Al krijg je het daar dan misschien wel weer warmer van.’

Fleecevest in de thuiszorg

In de thuiszorg gaat de discussie vaker over het dragen van een (fleece)vest. Volgens Charlotte hoeft dat helemaal geen probleem te zijn, als je het maar uit doet bij binnenkomst en niet aanhoudt tijdens de zorg voor de cliënt. ‘Je kunt een fleecevest na handhygiëne en voor je vertrek weer aandoen en naar de volgende cliënt gaan, dat is geen enkel probleem!’

 Ik werk in de thuiszorg en tijdens zorgmomenten gaat het vest uit en als ik wegga weer aan!
Verzorgende


‘Let er wel op dat je iedere dag een schoon vest aantrekt. Want het vest komt natuurlijk iedere keer in aanraking met je uniform. Als het goed is gaat je uniform dagelijks in de was. Dat moet je met het vest natuurlijk ook doen. Want anders trek je de volgende dag een nieuw uniform aan en besmet je dit met de bevuiling aan de binnenkant van het vest weer voor je ook maar een cliënt hebt gezien.’

5 positieve gevolgen van de coronapandemie

Iedereen kan zonder lang na te denken zo 5 negatieve gevolgen van corona opnoemen, en misschien nog wel veel meer. Maar zou het niet mooi zijn om ook eens stil te staan bij de positieve gevolgen van corona ? Want ja, er zijn ook positieve gevolgen aan de coronapandemie te wijten, al moet je wel even iets dieper nadenken.

Charlotte Michels, expert Hygiëne op Zorg voor Beter, zet 5 positieve gevolgen van de coronapandemie op een rij:  

  1. Tijdens de coronapandemie zijn in Nederland nul officieel bevestigde gevallen van influenza (griep) gesignaleerd. De maatregelen, genomen tegen corona hebben dus waarschijnlijk ook de verspreiding van influenza tegengewerkt met een geweldig resultaat. 
  2. Ook zijn er maar een fractie van het gemiddelde aantal uitbraken door het norovirus gezien tijdens de coronapandemie. Daar waar in de wintermaanden de buikgriepuitbraken menig afdeling bestookt, is nu in de registraties hiervan een enorme daling te zien. Dit geldt ook voor andere infectieziekten. Zo kwamen ook hersenvliesontsteking, kinkhoest en hepatitisinfecties in verschillende regio’s veel minder vaak voor.
  3. Mark Rutte als promotor van handhygiëne, wie had gedacht dat dat nog ooit zou gebeuren. Het heeft in ieder geval de bewustwording van het belang van een goede handhygiëne bij de bevolking gesteund, en wellicht ook vele verspreidingen voorkomen. 
  4. Daar waar we nog altijd te kampen hebben met een ernstig tekort aan deskundigen infectiepreventie hebben we er door de coronapandemie ineens 17 miljoen bijgekregen. Het overgrote deel is natuurlijk niet allemaal opgeleid, maar dat kan nog komen! Infectiepreventie is in ieder geval goed op de kaart gezet en wellicht zorgt dat in de toekomst voor wat meer interesse voor de beroepen die hieraan werken. 
  5. Als laatste is er het afgelopen jaar veel ervaring opgedaan in uitbraakmanagement; al doende leert men. Al is dit niet de meest gewenste manier om te leren, we hebben er wel veel van opgestoken! Dit zal in de toekomst natuurlijk zijn vruchten af gaan werpen bij allerlei andere uitbraaksituaties.

Deskundige infectiepreventie tilt hygiëne naar hoger plan

Een hbo-opleiding Hygiëne en Sterilisatietechnologie voert misschien niet iedereen naar de verpleeghuiszorg. Charlotte Michels van CareB4 wel. Als deskundige infectiepreventie ervaart ze de langdurige zorg als een veelzijdige sector, die op het gebied van hygiëne en infectiepreventie volop aan het doorontwikkelen is. Zo heeft ook Stichting Woonzorgcentrum Sint Anna in Boxmeer het onderwerp hoog op de agenda staan. ‘Met mijn vakinhoudelijke kennis adviseer ik hen en andere organisaties op het gebied van infectiepreventie. Daarbij heb ik altijd de organisatievisie in mijn achterhoofd. En: de instelling maakt zelf de keuzes.’

Naast het gunstige klimaat voor de inbreng vanuit haar vak vindt Charlotte ook het samenwerken met anderen prettig in haar werk in een verpleeghuis. Aandachtsvelders infectiepreventie, kwaliteitsfunctionarissen, leden van de commissie voor infectiepreventie, specialisten ouderengeneeskunde, zorgprofessionals, medewerkers huishoudelijke dienst: een deskundige infectiepreventie werkt met hen allemaal samen. ‘Ik heb de medewerking en informatie van de medewerkers hard nodig om goed te kunnen adviseren. Zij zien tenslotte wat er elke dag gebeurt en waar behoefte aan is.’

Geen opgeheven vingertje van deskundige infectiepreventie

Het takenpakket van Charlotte is veelzijdig. In de commissie Infectiepreventie voorziet ze de organisatie van de nodige vakinhoudelijke input, zodat men goed geïnformeerd de eigen keuzes kan maken. Ze toetst protocollen op werkbaarheid en ondersteunt bij het opstellen van bruikbare, praktische werkinstructies. Ze verzorgt trainingen on the job en andere scholingen. Samen met aandachtsvelders observeert ze in hoeverre verbeteringen daadwerkelijk zijn bereikt. Op basis van de auditresultaten kan een van beiden verdere actie ondernemen. ‘Vaak spelen gedragsverandering en aanspreekcultuur hierin een rol. Ik zie het als mijn taak de positionering van de aandachtsvelder hierbij goed te ondersteunen. Teamgenoten moeten de aandachtsvelder niet zien als de collega met het opgeheven vingertje.’

Sint Anna: infectiepreventie op de rails

Binnen Sint Anna werken momenteel twee geschoolde aandachtsvelders en een kwaliteitsmedewerker infectiepreventie. Het voormalige verzorgingshuis is volop in ontwikkeling richting verpleeghuiszorg. Het komt uit een tijd met veel organisatorische veranderingen en is bovendien hard geraakt door corona. Aan infectiepreventieprotocollen wordt gewerkt, daarna volgt per onderwerp een implementatietraject met toetsingsmomenten.

‘Sint Anna is aangesloten bij een ABR-netwerk. Zodoende is er subsidie gekomen en kan men meer werk maken van infectiepreventie. En er is meer contact met andere organisaties in de regio, waardoor kennis en informatie bereikbaar worden.’ Zelf werkt Charlotte ongeveer een dagdeel per week bij Sint Anna. ‘In coronatijd wel meer. Ik schoof minstens eens per week aan bij het crisisoverleg en coachte zoveel mogelijk op de werkvloer. Waar we tegenaan liepen? Moeilijk toepasbare protocollen en medewerkers die heel graag goede zorg wilden verlenen maar niet wisten hoe. Je kunt nu eenmaal niet in één huiskamer positief en negatieve psychogeriatrische cliënten uit elkaar houden. Daarvoor heb je minstens twee huiskamers nodig.’

Een audit, de start van infectiepreventie

‘Als een organisatie begint met het opzetten van hygiëne- en infectiepreventiebeleid, start je vaak met een allesomvattende nulmeting, zowel op organisatie- als uitvoerend niveau. Wat gaat er goed, wat moet er anders, wat heeft voorrang? Het plan van aanpak op de audit kan dienen als input voor het jaarplan van een commissie infectiepreventie.

En dan begint pas het echte “veldwerk”! De implementatie van nieuwe afspraken, protocollen en werkinstructies. Hoe kom ik met de medewerkers tot de gewenste kwaliteitsverbetering? Hoe maak ik hen een noodzaak duidelijk, hoe leg ik uit welke risico’s zij veroorzaken als ze het toch anders blijven doen? En willen zij zelf daarvoor verantwoordelijk zijn? Dat zijn de elementen die ik bij de implementatie een rol geef. Natuurlijk komt er ook visualisatie en wat luchtige humor bij kijken maar uiteindelijk zijn we wel uit op gedragsverandering.

Aandachtsvelders spelen een geweldige ondersteunende rol en maken samen met mij dat 1 + 1 uitkomt op 3. Uiteindelijk borg je het geheel met een onderwerpgerichte audit, die vaak door de aandachtsvelders zelf uitgevoerd wordt, onder mijn begeleiding.’

Inspectie: het kan beter

Einde 2020 keek de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) naar hygiëne- en infectiebeleid bij tien verpleeghuizen. Concluderend kregen bestuurders de taak meer aandacht te besteden aan hulpmiddelen, scholing en auditing. Specifiek noemt de IGJ een grotere rol voor de specialist ouderengeneeskunde en de deskundige infectiepreventie rond scholing van zorg- en schoonmaakmedewerkers.

Charlotte Michels vindt dat deskundigen infectiepreventie ook een nadrukkelijke rol kunnen spelen in het ontwikkelen van beleid, de uitrol ervan, het zetten van de juiste stap op het juiste moment. ‘Daar hebben we veel ervaring mee binnen veel verschillende zorgorganisaties. Men zou hiervan meer gebruik moeten maken en niet het wiel opnieuw gaan uitvinden. Dat lijkt me niet efficiënt en creëert ook niet meer draagvlak.’ Ze vervolgt: ‘Papier in de kast en data op een intranetpagina zijn geduldig, maar uiteindelijk verandert de kwaliteit van zorg alleen als de handeling aan het bed verandert. Dat is de enige plek waar het er toe doet.’

Deskundige infectiepreventie: maak medewerkers ‘waarom’ duidelijk

Tijdens scholingen schrikt Charlotte wel eens. ‘Ik maak het wel mee dat een functionaris een protocol persoonlijke beschermingsmiddelen op de mail zet en er vervolgens blind vanuit gaat dat de medewerkers zich daarmee wel redden en het gaan toepassen. De medewerkers doen uiteraard hun best, maar moeten wel ondersteund worden.’

Ze ervaart daarbij dat je steeds bij de basis moet beginnen en steeds informatie moet terugvertalen. ‘Wil je een medewerker motiveren om iets op een andere manier te gaan doen, zorg dan dat het “waarom” daarvan duidelijk is. Het is belangrijk dat iemand begrijpt wat hij kan veroorzaken door met handschoenen aan vanuit een cliëntenkamer de gang op te lopen voor een vergeten zalfje en weer terug de kamer in.’ Charlotte stelt dat een positieve benadering cruciaal is. ‘Medewerkers zijn de belangrijkste verspreiders van micro-organismen in de zorg. Maar daarmee hebben zij dus ook de grootste invloed op het minimaliseren ervan. Die invloed kun je benutten om betere zorg te leveren.’

Ze is ervan overtuigd dat corona een boost zal geven aan haar vak. ‘Want als neveneffect van alle maatregelen is er nog niet één geval van influenza bevestigd en nauwelijks noro-uitbraken. Infectiepreventiemaatregelen werken dus. Nu moeten we een acceptabel evenwicht vinden tussen veiligheid en woongenot. Wij kunnen helpen bij het maken van goed geïnformeerde keuzes.’

Tips invoeren hygiëne- en infectiebeleid

  • Begin met de structuur: verdeel verantwoordelijkheden onder aandachtsvelders, kwaliteitsmedewerkers, de commissie Infectiepreventie. Ga pas dan bezig met thema’s als handhygiëne.
  • Zorg voor vakinhoudelijk goede begeleiding door een deskundige infectiepreventie.
  • Vertaal protocollen in bruikbare, beeldende werkinstructies.
  • Neem medewerkers serieus, verplaats je in hun rol.
  • Zie medewerkers als sleutel naar meer hygiënische en dus betere zorg.
  • Leg steeds het ‘waarom’ achter een noodzakelijke gedragsverandering uit.
  • Observeer de zorghandelingen aan het bed.
  • Let op een goede samenwerking tussen de deskundige infectiepreventie en de specialist ouderengeneeskunde, vooral als beiden extern zijn.

Door: Linda van Ingen

Protocol coronavirus in de thuiszorg

In de thuiszorg zijn er veel aandachtspunten voor het juist toepassen van hygiëneregels bij de zorg voor een met het coronavirus besmette cliënt. Charlotte Michels, expert hygiëne van Zorg voor Beter, maakte een protocol voor de thuiszorg en heeft deze nu weer geactualiseerd met de laatste RIVM-richtlijnen.

Besmette ruimte

Niet alleen de cliënt, maar ook de woonruimte kan besmet zijn. In dit ‘Protocol coronavirus in de thuiszorg’ beschrijft Charlotte Michels, expert van het thema Hygiëne van Zorg voor Beter, welke maatregelen genomen moeten worden in een woning of appartement van een coronavirus-positieve cliënt. Dit geldt zowel voor de zorgmedewerker als voor de huishoudelijk medewerker van de thuiszorg. Het protocol heeft als doel: de bescherming van thuiszorgmedewerkers en cliënten tegen overdracht van het coronavirus. Het protocol kan gebruikt worden als voorbeeld. Het protocol is nu weer geactualiseerd op basis van de herziene richtlijnen van het RIVM. 

Inhoud Protocol coronavirus in de thuiszorg

De volgende maatregelen komen aan de orde: 

  • Hoe gebruik je de ruimte bij een besmette omgeving?
  • Te gebruiken materialen
  • Wat moet je doen vóór het betreden van de besmette woonruimte?
  • Instructie cliënten
  • Wassen, wondzorg, verschonen inco
  • Mee terug te nemen materialen
  • Wasgoed
  • Schoonmaak werkzaamheden
  • Wat moet je doen vóór het verlaten van een besmette omgeving? 

Dit protocol geldt voor alle medewerkers in de thuiszorg die: 

  • Lichamelijke zorg verlenen aan de Coronavirus positieve cliënt of zijn/haar huisgenoot;  
  • In contact komen met sanitaire voorzieningen, de ruimte waarin het bed staat, het bed en/of wasgoed van de cliënt       

Gebruik mondkapje preventief  

Het RIVM adviseert zorgmedewerkers in de wijk preventief een mondneusmasker te dragen. Bij cliënten met (verdenking op) corona wordt geadviseerd volledige bescherming te dragen: chirurgisch mondneusmasker type IIR, oogbescherming (spatbril of face-shield), schort met lange mouwen (spatwaterdicht) en wegwerphandschoenen. Dit nieuwe en gewijzigde advies is sinds 3 november 2020 opgenomen in de geheel herziene RIVM-richtlijn:  

Eerste coronagolf: hergebruik masker en schort

Zowel in de thuiszorg als in verpleeghuizen worden zorgmedewerkers ermee geconfronteerd dat er niet genoeg beschermingsmaterialen (masker en schort) voorradig zijn. Ze zijn hierdoor gedwongen om het masker en schort te hergebruiken. Dit is geen ideale situatie. “Maar als je een masker en schort moet hergebruiken, doe het dan zo goed mogelijk,” zegt Charlotte Michels, expert hygiëne van Zorg voor Beter. In 3 filmpjes laat ze zien hoe dit kan. ‘In principe wil je beschermingsmaterialen zoals een masker en schort niet hergebruiken. In normale tijden zal ik dit niet aanbevelen. Maar op dit moment zitten we in een crisistijd waar niet voldoen beschermingsmaterialen beschikbaar zijn’, zegt Charlotte Michels, expert hygiëne en deskundige infectiepreventie. 

Dilemma in crisistijd

Michels heeft voor een behoorlijk dilemma gestaan, maar werd ook met veel onveilige situaties geconfronteerd, en veel vragen van zorgmedewerkers. Hoe kun je een masker hergebruiken en toch goed beschermd blijven? Daarom besloot ze toch te laten zien, dat áls je masker en schort moet hergebruiken, hoe je dit dan op de meest veilige manier kan doen.
Michels: ‘Mensen maken zelf de keuze of ze een masker hergebruiken of niet, en deze keuze is al lastig genoeg voor een medewerker onder druk in de zorg. Mijn motto is “als het dan moet, doe het dan goed!” of in ieder geval zo goed mogelijk’. Daarom laat Charlotte Michels in drie filmpjes zien hoe je bij hergebruik een masker en schort op de meest veilige manier aan- en uittrekt. 

Hergebruik in thuiszorg

Meerdere keren op- en afzetten; daar is een chirurgisch masker niet voor gemaakt. Maar de verzorgende in de thuiszorg gaat ook niet met een masker op, op haar fiets naar de volgende cliënt omdat je het masker 3 of 4 uur achtereen op mag houden (RIVM-richtlijn). In de thuiszorg worden maskers daarom ook veel hergebruikt.

Let op : Hergebruik masker geeft geen gegarandeerde bescherming door mogelijk besmetten van het gezicht bij opdoen. Deze waarschuwing staat ook in de filmpjes. 

Aandoen bij hergebruik masker en schort (deel 1)

Aandoen van beschermingsmiddelen voor betreden kamer of cohort: 
Stap 1: Handen desinfecteren (30 seconden)
Stap 2: Nu handschoenen aan, want je moet hierna een gebruikt masker opdoen
Stap 3: Eerst de bril opdoen want handschoenen zijn nu nog schoon!
Stap 4: Het eerder gebruikte masker nu opdoen. Het zit in een gesloten plastic zakje in de jaszak. Raak buitenkant zo min mogelijk aan. Zorg bij het opdoen dat het goed aansluit.
Stap 5: Doe het schort aan. De schone kant is naar binnen gevouwen. Vergeet niet handschoen over manchet te doen. 

Uitdoen bij hergebruik masker en schort (deel 2)

Uitdoen van beschermingsmiddelen bij verlaten cohort of kamer: 
Stap 1: Handschoenen uitdoen en handen desinfecteren (30 seconden desinfectie)
Stap 2: Halterschort uitdoen en altijd weggooien
Stap 3: Bril afdoen en desinfecteren met bijvoorbeeld alcohol 70%
Stap 4: Schort uitdoen zonder buitenkant aan te raken (buitenkant naar buiten vouwen)
Stap 5: Masker afdoen en in plastic zakje doen (vouw binnenkant naar binnen)
Stap 6: nogmaals handdesinfectie en naar de volgende cliënt… 

Hergebruik masker en schort binnen cohort (besmette ruimte)

Binnen het cohort (besmette ruimte) van de ene naar de volgende cliënt.

Stap 1: Op de kamer van de eerste cliënt handschoenen uitdoen en handen desinfecteren
Stap 2: Halterschort uitdoen en altijd weggooien
Stap 3: Nieuwe handschoenen aandoen en verder naar de volgende cliënt (let op: handschoenen over de manchet van het schort)

Materialen over preventie bij het coronavirus

Hoe gaan zorgorganisaties om met het toenemende aantal besmettingen met het coronavirus? Ouderen en kwetsbare mensen zijn een risicogroep, voor hen kan het virus fatale gevolgen hebben. Toch moet de zorg gewoon verleend worden. Welke maatregelen nemen zij?

Bij veel organisaties is het inmiddels gebruikelijk om geen handen meer te schudden en om bij gezondheidsklachten die zouden kunnen duiden op het virus thuis te blijven.

Informatiekaarten over corona

Charlotte Michels, deskundige infectiepreventie en hygiëne-expert op Zorg voor Beter, maakte overzichtelijke kaartjes die je kunt ophangen in een zorginstelling:

WAT TE DOEN BIJ KLACHTEN?

Op deze kaart is het advies te zien wat je moet doen als je in een risicogebied bent geweest en koorts hebt en kortademig bent.

BESCHERMENDE KLEDING

Op deze kaart zie je welke beschermende kleding je waar aan moet hebben en in welke volgorde je ze moet aan- en uitdoen.

INFORMATIE MET ADVIEZEN VOOR BEZOEKERS

Zorggroep Apeldoorn en zorgorganisatie Laurens maakten samen met Michels een overzicht met adviezen voor bezoekers gemaakt. Het zijn voorbeelden.

Informatie in begrijpelijke taal

Expertisecentrum Pharos maakte speciale informatiekaarten in begrijpelijke taal. De kaart beantwoordt de belangrijkste vragen over het coronavirus. Deze kaart wordt geregeld geactualiseerd.

Informatie van de Rijksoverheid

Op de website van de Rijksoverheid vind je twee handige informatieposters die je bij jouw organisatie kunt ophangen. Op de posters staat ook duidelijk vermeld om geen handen te schudden.

Op deze pagina vind je meer communicatiemiddelen over preventie bij het coronavirus.

Wat doet jouw organisatie?

Heeft jouw organisatie ook speciale informatie gemaakt over het coronavirus? Laat het weten en deel je informatie met ons!

Posters: aan- en uittrekken beschermingsmaterialen

Veel zorgmedewerkers hebben vragen over de volgorde van aan- en uittrekken van beschermingsmaterialen. Charlotte Michels, expert Hygiëne van Zorg voor Beter, maakte daarom deze posters of kaarten. Print ze uit en hang ze op!

De juiste volgorde is vooral bij het uittrekken van beschermingsmaterialen heel belangrijk omdat je anders jezelf alsnog kunt besmetten met het coronavirus. 

Posters gebruik nieuwe PBM’s (geen hergebruik)

PRINT DEZE POSTERS EN HANG ZE OP VOOR DE JUISTE VOLGORDE!

Posters bij hergebruik masker en schort

Onderstaande poster horen bij de filmpjes hergebruik masker en schort die in het dossier corona staan. Let op: in principe kun je beschermingsmaterialen beter niet hergebruiken. In deze coronacrisis is er echter een tekort aan beschermingsmaterialen. Indien je het masker en schort toch moet hergebruiken, hanteer dan deze volgorde van aan- en uittrekken.  

Over de volgorde van uittrekken

Bij het uittrekken van meerdere beschermingsmiddelen is de juiste volgorde van handelingen heel belangrijk. Werk hierbij van vies naar schoon. Je kunt het beste deze volgorde aanhouden omdat je dan zolang mogelijk beschermd wordt tegen inhalatie of na-besmetting van de ziekteverwekker: eerst de handschoenen uitrekken en handhygiëne toepassen, dan het schort uittrekken, de spatbril verwijderen en als laatste het mondneusmasker verwijderen en weer handhygiëne toepassen. 
De WIP-richtlijn Persoonlijke beschermingsmiddelen voor VVT stelt ook: houd bij het aantrekken en uitrekken van meerdere persoonlijke beschermingsmiddelen de door de instelling vastgestelde volgorde aan (wel altijd eerst handschoenen uittrekken). Dit is de reden dat filmpjes en posters over de volgorde van aantrekken van persoonlijke beschermingsmiddelen kunnen verschillen. Bron: WIP-richlijn op website van RIVM.

Veelgestelde vragen zorgmedewerkers (RIVM)

Het RIVM heeft sinds kort een nieuwe pagina met veelgestelde vragen over mondmaskers en andere beschermingsmiddelen. Speciaal voor zorgmedewerkers.