Schoonmaker onmisbaar voor doorbreken van besmettingscyclus

Wat heeft de coronapandemie ons geleerd over infectiepreventie, hygiëne en schoonmaak? Hoe is de relatie tussen die drie? En wat is er, al dan niet blijvend, veranderd? Service Management vroeg het aan deskundige infectiepreventie Charlotte Michels. “De ogen in de zorg zijn geopend over het belang van schoonmaak.”

Met haar bedrijf CareB4 adviseert en begeleidt Michels organisaties in de langdurige zorgsector, onder andere verpleeghuizen, op het gebied van infectiepreventie. Ze blikt terug op de afgelopen anderhalf jaar. “Vrijwel alles stond in het teken van het coronavirus. We moesten met z’n allen veel leren, want in het begin was er nog veel onbekend. Wat is dit nieuwe coronavirus precies? Hoe kunnen we er het beste mee omgaan? Ook uitbraakmanagement kostte veel tijd. De grootste uitdaging was de enorme omvang en de drukte die dat in de zorg met zich meebracht. Crisismanagement, op- en afschalen, trainen, bijleren en draaiboeken maken… Het was een hectische periode. Nu is dat in een redelijk stabiel vaarwater gekomen.”

Het nieuwe normaal

Volgens de hygiëne-expert is het nu zaak om het nieuwe normaal te definiëren. “Ik zie verpleeghuizen een beetje als de voorlopers van de rest van de maatschappij”, zegt Michels. “Daar zijn alle bewoners en medewerkers die dat willen en zich konden laten vaccineren, al gevaccineerd. Het is nu de vraag: Als bijvoorbeeld een medewerker positief test op het coronavirus, moet iedereen dan weer in isolatie? Of accepteren we de besmetting omdat iedereen is gevaccineerd en dus de kans op ernstige ziekte of zelfs overlijden heel erg laag is? Dat kantelpunt gaan we straks in de rest van de maatschappij ook bereiken, wanneer iedereen is gevaccineerd.” 

Hoe kijkt Michels daar tegenaan? “Het coronavirus gaat niet meer weg en kan dus altijd nog ergens binnenkomen. Ik denk dat we in de toekomst een mogelijke besmetting accepteren, omdat we gevaccineerd zijn en weten dat we dus waarschijnlijk niet meer zo ziek worden. Als je die besmetting niet accepteert, dan gaat dat ten koste van de vrijheid en uiteindelijk van de kwaliteit van leven. Circulatie en mutatie van het virus blijft bestaan zolang vaccinatie in onder andere de armere landen nog een probleem blijft.”Kunnen we ziekteverzuim door griep voorkomen?

Kunnen we ziekteverzuim door griep voorkomen?

“Toiletbezoek wordt moment van well-being” (Marielle Romeijn, One Hundred Restrooms)

“Toiletbezoek wordt moment van well-being” (Marielle Romeijn, One Hundred Restrooms)

Angst regeert 
“Angst heeft geregeerd”, zegt Michels nog over de coronaperiode. “Ook op het gebied van schoonmaak. Daardoor zijn er allerlei extra maatregelen genomen waarvan we nu kunnen zeggen dat deze overbodig waren. Sommige mensen zijn creatief gaan denken, wat ik normaal gezien altijd weet te waarderen. Maar in dit geval werd er vrijwel overal gedesinfecteerd en soms met middelen die niet echt het gewenste effect hadden. Terugkijkend vind ik dat er een beetje chaotisch is geacteerd. Nu is het tijd om het kaf van het koren te scheiden en vast te stellen wat er echt nódig is en wat alleen door angst of zorgzaamheid ingegeven is.”

Faciliteer de schoonmakers zodat zij de besmettingscyclus kunnen verbreken

Besmettingscyclus doorbreken
De hygiëne-expert vervolgt: “Schoonmaak in de zorg is altijd al belangrijk geweest voor infectiepreventie. Vooral vanwege de bijzonder resistente micro-organismen (BMRO’s) zoals MRSA. Dat zijn bacteriën die niet meer doodgaan van antibiotica. Daardoor moet de schoonmaak altijd goed op orde zijn, want je weet nooit zeker of een cliënt wel of geen drager is van zo’n bacterie.” 

Maar volgens Michels zijn nu pas bij iedereen de ogen geopend over het belang van schoonmaak. “Door goed schoon te maken kun je de besmettingscyclus doorbreken. Het virus kan zich verspreiden van patiënt A die het handvat van de tillift beetpakt, naar patiënt B die even later hetzelfde handvat beetpakt. Door op tijd goed schoon te maken, voorkom je dat. Wij kunnen het vuur wel uit de schenen lopen om iedereen te isoleren, maar als de schoonmaak niet op orde is, en de schoonmaker verspreidt in plaats van schoonmaakt, blijft het probleem bestaan. De samenwerking tussen schoonmaak en infectiepreventie was er al en wordt alleen maar intensiever.”

Schoonmaken bij MRSA versus corona

Het ene micro-organisme is het andere niet. Ook niet op het gebied van schoonmaak. Michels vertelt: “Het verschil zit in de overlevingskans in de omgeving van, in dit geval, het coronavirus ten opzichte van bijvoorbeeld MRSA. Die laatste kan maandenlang in droog stof overleven. Als een MRSA-cliënt in een kamer heeft verbleven, dan moet je die tot in de puntjes schoonmaken. Overal moet stof weggehaald worden, ook achter de kasten bijvoorbeeld, want daar kan dus nog zo’n bacterie tussen zitten. En die kan vervolgens, weken of maanden later, door het verschuiven van de kast bij een andere cliënt terechtkomen en diegene besmetten. Het coronavirus kent een andere schoonmaakprocedure. Daarvan weten we dat overdracht via de lucht een grote rol speelt, dus ventilatie is belangrijk. Daarnaast richt de schoonmaak zich vooral op de contactpunten, de oppervlakken die mensen met hun handen aanraken.” 

Ze vat, ontnuchterend, samen: “Een coronavirus overleeft minderlang in de omgeving dan bijvoorbeeld een MRSA-bacterie. Daarnaast breng je een MRSA-bacterie makkelijker uit de omgeving over dan een coronavirus. Het is de kunst de verhouding tussen de inspanning bij schoonmaak en het risico wat je anders loopt, te optimaliseren. Niet meer doen dan strikt noodzakelijk, waarbij je het grootste risico ondervangt. En daarvoor is goede samenwerking tussen schoonmaak en infectiepreventie bittere noodzaak.”

Kennis van werknemers
Vanwege die belangrijke rol van de schoonmaak, is ook het belang van kennis enorm toegenomen, stelt Michels. “Dat zie je nu ook terug in de vraag naar schoonmaakopleidingen. Daar is haast niet tegenop te scholen. Maar het is wel een goede ontwikkeling, want men ziet nu in dat kennis bij de schoonmaakmedewerker op de werkvloer nodig is. De medewerker kan de infectiepreventie namelijk maken of breken. Als een schoonmaakmedewerker zijn of haar werk niet goed doet, kan diegene zelfs een bron van verspreiding worden. Bijvoorbeeld door de vouwmethode niet goed toe te passen. Dat gebeurt echt heel vaak, geloof me… Of door na het schoonmaken van een vieze wasbak op de kamer, toch ook nog even de deurklink af te nemen. Dat terwijl hij of zij juist eigenlijk die verspreiding moet voorkomen en doorbreken. Diegene kan dat alleen met de juiste kennis. En met goede middelen, materialen en duidelijke, eenduidige procedures”, voegt Michels daar snel aan toe. 

“Schoonmaakmedewerkers moeten goed snappen wáárom bepaalde dingen moeten gebeuren en wat de consequenties (kunnen) zijn als dat niet gebeurt”, vervolgt de infectiepreventiedeskundige. “En de procedures moeten duidelijk en praktisch uitvoerbaar zijn. Geen academische literatuurverhalen, maar een vertaling naar wat het voor de medewerkers op de werkvloer betekent. Het liefst met weinig tekst en veel visualisatie.”

Charlotte Michels: “De schoonmaakmedewerker kan de infectiepreventie maken of breken.”

De schoonmaker faciliteren 
Michels eindigt met een boodschap voor schoonmaakbedrijven. “Faciliteer de schoonmaakmedewerkers. Reik hen die kennis aan, want in de praktijk zie ik dat het kennisniveau vaak wel een stukje hoger mag. Zorg dat ze de middelen en materialen goed gebruiken en dat ze de juiste volgorde van werken hanteren. Dat ze weten wát ze doen en wáárom ze dat doen. Dit is geen kwestie van eenmalig opleiden, maar van onderhouden en regelmatig toetsen. En tot slot: geef ze de middelen, de roosters met de juiste frequenties en geef ze de tijd. Kortom, faciliteer de schoonmakers zodat zij de besmettingscyclus kunnen verbreken. Want dat is cruciaal, nu en ook ná corona.”

Waarom je (ook in de winter) korte mouwen moet dragen

Volgens de landelijke WIP-richtlijnen móet iedere zorgverlener de onderarmen onbedekt laten, oftewel: werken met korte mouwen. Zowel in het verpleeghuis als de thuiszorg. Maar wat doe je nu als het in de wintermaanden koud is en je volgens het protocol toch echt korte mouwen moet dragen? Charlotte Michels, deskundige infectiepreventie en hygiëne-expert op Zorg voor Beter, gaat in op dit dilemma.

Eind januari vroegen we via Facebook aan thuiszorgmedewerkers of zij in de wintermaanden een vest óver hun zorgoutfit dragen, ook als dat dan betekent dat ze dan geen korte maar lange mouwen dragen. Van de 533 stemmers gaf de meerderheid (62 procent) aan dat ze tóch lange mouwen aandoen omdat het anders veel te koud is. Tijd dus voor een klein opfrislesje.

WAAROM IS DE AFSPRAAK OM KLEDING MET KORTE MOUWEN TE DRAGEN EIGENLIJK GEMAAKT?

Charlotte: ‘Lange mouwen komen in de buurt van de handen, en iedereen weet dat handhygiëne super belangrijk is om te voorkomen dat er allerlei vervelende bacteriën en virussen overgebracht worden van de ene naar de andere cliënt. En dat gebeurt natuurlijk ook als je lange mouw samen met je hand in het werkgebied terecht komt en vanaf het beddengoed, de huid van de cliënt of het incontinentiemateriaal, toch van alles meeneemt.’

Cliënten zijn vaak bezorgd als ik in mijn korte mouwenshirt verschijn: “Heb je het niet koud?” vragen ze dan.
Verpleegkundige


‘Zeker als je handschoenen draagt om je handen te beschermen, maar toch lange mouwen draagt is dit risico groot. Eigenlijk draag je je handschoenen dan voor niets en was je ook voor niets je handen, want de bacteriën reizen gewoon mee op je mouwen naar de volgende cliënt om daar weer neer te dalen in een wond of op de huid van de cliënt.’

Handen wassen wordt een probleem

‘De tweede en zeker net zo belangrijke reden om korte mouwen te dragen, is dat je je handen gewoon niet goed kunt wassen met lange mouwen, zonder deze nat te laten worden. Uiteindelijk ga je dan je handen minder goed wassen of stroop je de mouwen voor het wassen op en veeg je daarbij je vieze handen af aan de mouwen voor je ze gaat wassen. Kortom: redenen genoeg om korte mouwen te dragen.’

Mouwen opstropen: ja of nee?

Nu zijn er natuurlijk altijd creatieve zorgmedewerkers die andere oplossingen bedenken. Bijvoorbeeld door hun lange mouwen vóór het contact met de cliënt op te stropen. Maar daar moet je dan wel héél consequent in zijn, vindt Charlotte. ‘Bij een shirt is dit in theorie nog wel een uitvoerbaar alternatief voor de thuiszorg. Daar ligt het aantal contacten met verschillende cliënten op een ochtend veel lager dan in een zorginstelling. En dus hoef je niet zo vaak de mouwen weer op te stropen en weer naar beneden te doen.’

Ik draag lange mouwen die ik opstroop tot net onder de elleboogplooi. Je moet soms toch ergens kunnen hoesten of niezen.


Maar hoe zit dat dan in het verpleeghuis? Charlotte: ‘Daar functioneert dit alternatief van opstropen zeker niet. De contacten met cliënten zijn korter en vervolgens ben je bij wijze van spreken alleen nog maar je mouwen aan het verschuiven. Al krijg je het daar dan misschien wel weer warmer van.’

Fleecevest in de thuiszorg

In de thuiszorg gaat de discussie vaker over het dragen van een (fleece)vest. Volgens Charlotte hoeft dat helemaal geen probleem te zijn, als je het maar uit doet bij binnenkomst en niet aanhoudt tijdens de zorg voor de cliënt. ‘Je kunt een fleecevest na handhygiëne en voor je vertrek weer aandoen en naar de volgende cliënt gaan, dat is geen enkel probleem!’

 Ik werk in de thuiszorg en tijdens zorgmomenten gaat het vest uit en als ik wegga weer aan!
Verzorgende


‘Let er wel op dat je iedere dag een schoon vest aantrekt. Want het vest komt natuurlijk iedere keer in aanraking met je uniform. Als het goed is gaat je uniform dagelijks in de was. Dat moet je met het vest natuurlijk ook doen. Want anders trek je de volgende dag een nieuw uniform aan en besmet je dit met de bevuiling aan de binnenkant van het vest weer voor je ook maar een cliënt hebt gezien.’

5 positieve gevolgen van de coronapandemie

Iedereen kan zonder lang na te denken zo 5 negatieve gevolgen van corona opnoemen, en misschien nog wel veel meer. Maar zou het niet mooi zijn om ook eens stil te staan bij de positieve gevolgen van corona ? Want ja, er zijn ook positieve gevolgen aan de coronapandemie te wijten, al moet je wel even iets dieper nadenken.

Charlotte Michels, expert Hygiëne op Zorg voor Beter, zet 5 positieve gevolgen van de coronapandemie op een rij:  

  1. Tijdens de coronapandemie zijn in Nederland nul officieel bevestigde gevallen van influenza (griep) gesignaleerd. De maatregelen, genomen tegen corona hebben dus waarschijnlijk ook de verspreiding van influenza tegengewerkt met een geweldig resultaat. 
  2. Ook zijn er maar een fractie van het gemiddelde aantal uitbraken door het norovirus gezien tijdens de coronapandemie. Daar waar in de wintermaanden de buikgriepuitbraken menig afdeling bestookt, is nu in de registraties hiervan een enorme daling te zien. Dit geldt ook voor andere infectieziekten. Zo kwamen ook hersenvliesontsteking, kinkhoest en hepatitisinfecties in verschillende regio’s veel minder vaak voor.
  3. Mark Rutte als promotor van handhygiëne, wie had gedacht dat dat nog ooit zou gebeuren. Het heeft in ieder geval de bewustwording van het belang van een goede handhygiëne bij de bevolking gesteund, en wellicht ook vele verspreidingen voorkomen. 
  4. Daar waar we nog altijd te kampen hebben met een ernstig tekort aan deskundigen infectiepreventie hebben we er door de coronapandemie ineens 17 miljoen bijgekregen. Het overgrote deel is natuurlijk niet allemaal opgeleid, maar dat kan nog komen! Infectiepreventie is in ieder geval goed op de kaart gezet en wellicht zorgt dat in de toekomst voor wat meer interesse voor de beroepen die hieraan werken. 
  5. Als laatste is er het afgelopen jaar veel ervaring opgedaan in uitbraakmanagement; al doende leert men. Al is dit niet de meest gewenste manier om te leren, we hebben er wel veel van opgestoken! Dit zal in de toekomst natuurlijk zijn vruchten af gaan werpen bij allerlei andere uitbraaksituaties.

Protocol coronavirus in de thuiszorg

In de thuiszorg zijn er veel aandachtspunten voor het juist toepassen van hygiëneregels bij de zorg voor een met het coronavirus besmette cliënt. Charlotte Michels, expert hygiëne van Zorg voor Beter, maakte een protocol voor de thuiszorg en heeft deze nu weer geactualiseerd met de laatste RIVM-richtlijnen.

Besmette ruimte

Niet alleen de cliënt, maar ook de woonruimte kan besmet zijn. In dit ‘Protocol coronavirus in de thuiszorg’ beschrijft Charlotte Michels, expert van het thema Hygiëne van Zorg voor Beter, welke maatregelen genomen moeten worden in een woning of appartement van een coronavirus-positieve cliënt. Dit geldt zowel voor de zorgmedewerker als voor de huishoudelijk medewerker van de thuiszorg. Het protocol heeft als doel: de bescherming van thuiszorgmedewerkers en cliënten tegen overdracht van het coronavirus. Het protocol kan gebruikt worden als voorbeeld. Het protocol is nu weer geactualiseerd op basis van de herziene richtlijnen van het RIVM. 

Inhoud Protocol coronavirus in de thuiszorg

De volgende maatregelen komen aan de orde: 

  • Hoe gebruik je de ruimte bij een besmette omgeving?
  • Te gebruiken materialen
  • Wat moet je doen vóór het betreden van de besmette woonruimte?
  • Instructie cliënten
  • Wassen, wondzorg, verschonen inco
  • Mee terug te nemen materialen
  • Wasgoed
  • Schoonmaak werkzaamheden
  • Wat moet je doen vóór het verlaten van een besmette omgeving? 

Dit protocol geldt voor alle medewerkers in de thuiszorg die: 

  • Lichamelijke zorg verlenen aan de Coronavirus positieve cliënt of zijn/haar huisgenoot;  
  • In contact komen met sanitaire voorzieningen, de ruimte waarin het bed staat, het bed en/of wasgoed van de cliënt       

Gebruik mondkapje preventief  

Het RIVM adviseert zorgmedewerkers in de wijk preventief een mondneusmasker te dragen. Bij cliënten met (verdenking op) corona wordt geadviseerd volledige bescherming te dragen: chirurgisch mondneusmasker type IIR, oogbescherming (spatbril of face-shield), schort met lange mouwen (spatwaterdicht) en wegwerphandschoenen. Dit nieuwe en gewijzigde advies is sinds 3 november 2020 opgenomen in de geheel herziene RIVM-richtlijn:  

Eerste coronagolf: hergebruik masker en schort

Zowel in de thuiszorg als in verpleeghuizen worden zorgmedewerkers ermee geconfronteerd dat er niet genoeg beschermingsmaterialen (masker en schort) voorradig zijn. Ze zijn hierdoor gedwongen om het masker en schort te hergebruiken. Dit is geen ideale situatie. “Maar als je een masker en schort moet hergebruiken, doe het dan zo goed mogelijk,” zegt Charlotte Michels, expert hygiëne van Zorg voor Beter. In 3 filmpjes laat ze zien hoe dit kan. ‘In principe wil je beschermingsmaterialen zoals een masker en schort niet hergebruiken. In normale tijden zal ik dit niet aanbevelen. Maar op dit moment zitten we in een crisistijd waar niet voldoen beschermingsmaterialen beschikbaar zijn’, zegt Charlotte Michels, expert hygiëne en deskundige infectiepreventie. 

Dilemma in crisistijd

Michels heeft voor een behoorlijk dilemma gestaan, maar werd ook met veel onveilige situaties geconfronteerd, en veel vragen van zorgmedewerkers. Hoe kun je een masker hergebruiken en toch goed beschermd blijven? Daarom besloot ze toch te laten zien, dat áls je masker en schort moet hergebruiken, hoe je dit dan op de meest veilige manier kan doen.
Michels: ‘Mensen maken zelf de keuze of ze een masker hergebruiken of niet, en deze keuze is al lastig genoeg voor een medewerker onder druk in de zorg. Mijn motto is “als het dan moet, doe het dan goed!” of in ieder geval zo goed mogelijk’. Daarom laat Charlotte Michels in drie filmpjes zien hoe je bij hergebruik een masker en schort op de meest veilige manier aan- en uittrekt. 

Hergebruik in thuiszorg

Meerdere keren op- en afzetten; daar is een chirurgisch masker niet voor gemaakt. Maar de verzorgende in de thuiszorg gaat ook niet met een masker op, op haar fiets naar de volgende cliënt omdat je het masker 3 of 4 uur achtereen op mag houden (RIVM-richtlijn). In de thuiszorg worden maskers daarom ook veel hergebruikt.

Let op : Hergebruik masker geeft geen gegarandeerde bescherming door mogelijk besmetten van het gezicht bij opdoen. Deze waarschuwing staat ook in de filmpjes. 

Aandoen bij hergebruik masker en schort (deel 1)

Aandoen van beschermingsmiddelen voor betreden kamer of cohort: 
Stap 1: Handen desinfecteren (30 seconden)
Stap 2: Nu handschoenen aan, want je moet hierna een gebruikt masker opdoen
Stap 3: Eerst de bril opdoen want handschoenen zijn nu nog schoon!
Stap 4: Het eerder gebruikte masker nu opdoen. Het zit in een gesloten plastic zakje in de jaszak. Raak buitenkant zo min mogelijk aan. Zorg bij het opdoen dat het goed aansluit.
Stap 5: Doe het schort aan. De schone kant is naar binnen gevouwen. Vergeet niet handschoen over manchet te doen. 

Uitdoen bij hergebruik masker en schort (deel 2)

Uitdoen van beschermingsmiddelen bij verlaten cohort of kamer: 
Stap 1: Handschoenen uitdoen en handen desinfecteren (30 seconden desinfectie)
Stap 2: Halterschort uitdoen en altijd weggooien
Stap 3: Bril afdoen en desinfecteren met bijvoorbeeld alcohol 70%
Stap 4: Schort uitdoen zonder buitenkant aan te raken (buitenkant naar buiten vouwen)
Stap 5: Masker afdoen en in plastic zakje doen (vouw binnenkant naar binnen)
Stap 6: nogmaals handdesinfectie en naar de volgende cliënt… 

Hergebruik masker en schort binnen cohort (besmette ruimte)

Binnen het cohort (besmette ruimte) van de ene naar de volgende cliënt.

Stap 1: Op de kamer van de eerste cliënt handschoenen uitdoen en handen desinfecteren
Stap 2: Halterschort uitdoen en altijd weggooien
Stap 3: Nieuwe handschoenen aandoen en verder naar de volgende cliënt (let op: handschoenen over de manchet van het schort)

Materialen over preventie bij het coronavirus

Hoe gaan zorgorganisaties om met het toenemende aantal besmettingen met het coronavirus? Ouderen en kwetsbare mensen zijn een risicogroep, voor hen kan het virus fatale gevolgen hebben. Toch moet de zorg gewoon verleend worden. Welke maatregelen nemen zij?

Bij veel organisaties is het inmiddels gebruikelijk om geen handen meer te schudden en om bij gezondheidsklachten die zouden kunnen duiden op het virus thuis te blijven.

Informatiekaarten over corona

Charlotte Michels, deskundige infectiepreventie en hygiëne-expert op Zorg voor Beter, maakte overzichtelijke kaartjes die je kunt ophangen in een zorginstelling:

WAT TE DOEN BIJ KLACHTEN?

Op deze kaart is het advies te zien wat je moet doen als je in een risicogebied bent geweest en koorts hebt en kortademig bent.

BESCHERMENDE KLEDING

Op deze kaart zie je welke beschermende kleding je waar aan moet hebben en in welke volgorde je ze moet aan- en uitdoen.

INFORMATIE MET ADVIEZEN VOOR BEZOEKERS

Zorggroep Apeldoorn en zorgorganisatie Laurens maakten samen met Michels een overzicht met adviezen voor bezoekers gemaakt. Het zijn voorbeelden.

Informatie in begrijpelijke taal

Expertisecentrum Pharos maakte speciale informatiekaarten in begrijpelijke taal. De kaart beantwoordt de belangrijkste vragen over het coronavirus. Deze kaart wordt geregeld geactualiseerd.

Informatie van de Rijksoverheid

Op de website van de Rijksoverheid vind je twee handige informatieposters die je bij jouw organisatie kunt ophangen. Op de posters staat ook duidelijk vermeld om geen handen te schudden.

Op deze pagina vind je meer communicatiemiddelen over preventie bij het coronavirus.

Wat doet jouw organisatie?

Heeft jouw organisatie ook speciale informatie gemaakt over het coronavirus? Laat het weten en deel je informatie met ons!

Posters: aan- en uittrekken beschermingsmaterialen

Veel zorgmedewerkers hebben vragen over de volgorde van aan- en uittrekken van beschermingsmaterialen. Charlotte Michels, expert Hygiëne van Zorg voor Beter, maakte daarom deze posters of kaarten. Print ze uit en hang ze op!

De juiste volgorde is vooral bij het uittrekken van beschermingsmaterialen heel belangrijk omdat je anders jezelf alsnog kunt besmetten met het coronavirus. 

Posters gebruik nieuwe PBM’s (geen hergebruik)

PRINT DEZE POSTERS EN HANG ZE OP VOOR DE JUISTE VOLGORDE!

Posters bij hergebruik masker en schort

Onderstaande poster horen bij de filmpjes hergebruik masker en schort die in het dossier corona staan. Let op: in principe kun je beschermingsmaterialen beter niet hergebruiken. In deze coronacrisis is er echter een tekort aan beschermingsmaterialen. Indien je het masker en schort toch moet hergebruiken, hanteer dan deze volgorde van aan- en uittrekken.  

Over de volgorde van uittrekken

Bij het uittrekken van meerdere beschermingsmiddelen is de juiste volgorde van handelingen heel belangrijk. Werk hierbij van vies naar schoon. Je kunt het beste deze volgorde aanhouden omdat je dan zolang mogelijk beschermd wordt tegen inhalatie of na-besmetting van de ziekteverwekker: eerst de handschoenen uitrekken en handhygiëne toepassen, dan het schort uittrekken, de spatbril verwijderen en als laatste het mondneusmasker verwijderen en weer handhygiëne toepassen. 
De WIP-richtlijn Persoonlijke beschermingsmiddelen voor VVT stelt ook: houd bij het aantrekken en uitrekken van meerdere persoonlijke beschermingsmiddelen de door de instelling vastgestelde volgorde aan (wel altijd eerst handschoenen uittrekken). Dit is de reden dat filmpjes en posters over de volgorde van aantrekken van persoonlijke beschermingsmiddelen kunnen verschillen. Bron: WIP-richlijn op website van RIVM.

Veelgestelde vragen zorgmedewerkers (RIVM)

Het RIVM heeft sinds kort een nieuwe pagina met veelgestelde vragen over mondmaskers en andere beschermingsmiddelen. Speciaal voor zorgmedewerkers.

De veilige vijf: Hygiëneadviezen voor de thuiszorg

Veel vragen over hygiëne die bij Zorg voor Beter voorgelegd worden, gaan over situaties in de thuiszorg. Logisch, want voor de thuiszorg is maar weinig op papier gezet over hygiëne en infectiepreventie. Richtlijnen voor verpleeghuizen zijn niet handig, omdat je eerst een vertaalslag moet maken naar de thuissituatie. Daarnaast zijn de richtlijnen voor verpleeghuizen ook alweer enkele jaren oud. Het is dus tijd voor iets nieuws.

Het Landelijk Centrum voor Hygiëne en Veiligheid (LCHV) ontwikkelde daarom 5 hygiëneadviezen om thuiszorgmedewerkers te ondersteunen in de juiste hygiënische werkwijze. Let op: het gaat om adviezen, het zijn dus geen richtlijnen! De adviezen zijn samengesteld door Charlotte Michels, expert hygiëne bij Zorg voor Beter en deskundige infectiepreventie bij CareB4, samen met 2 andere deskundigen infectiepreventie (Anke Swinkels en Peter Molenaar). De adviezen zijn becommentarieerd door mensen uit het werkveld. 

Waar gaan de adviezen over?

De adviezen gaan over de volgende 5 onderwerpen:

  1. Handhygiëne 
  2. Persoonlijke hygiëne 
  3. Persoonlijke beschermingsmiddelen 
  4. Reiniging en desinfectie
  5. MRSA/BRMO

In de adviezen lees je bijvoorbeeld welke eisen er worden gesteld aan je werkkleding, wanneer je moet desinfecteren en wat je doet met wasgoed. Wat de status van de hygiëneadviezen zal zijn bij de start van het Samenwerkingsverband Richtlijnen Infectiepreventie, als opvolger van de WIP, zal dan worden bepaald. Daarom wordt op de website vermeld dat het gaat om tijdelijke hygiëneadviezen.

Duidelijkheid bieden

Michels: ‘Voor nu was het belangrijkste doel om een handreiking te bieden voor de medewerkers op de werkvloer in de thuiszorg over de vijf belangrijkste onderdelen van infectiepreventie. Ik hoop dat het duidelijkheid biedt en antwoorden geeft op de eerder gestelde vragen over infectiepreventie in de thuiszorg.’

Zo belangrijk is hygiënisch schoonmaken in het verpleeghuis

Welke rol speelt de huishoudelijke dienst bij infectiepreventie in het verpleeghuis? Ze lopen rond in de organisatie en zoeken vuil en bacteriën juist op. Twee experts vertellen over hun ervaringen binnen verschillende verpleeghuisorganisaties.

Met de komst van Bijzonder Resistente Micro Organisme (BRMO) in verpleeghuizen wordt hygiënisch werken steeds belangrijk, vertelt deskundige infectiepreventie Charlotte Michels van CareB4. ‘Hiermee kun je in ieder geval verspreiding naar andere bewoners van de instelling tegengaan. Dit principe wordt onderbouwd door de besmettingscyclus. Een BRMO kan bijvoorbeeld via een huishoudelijk medewerker of een niet schoongemaakte tillift van de ene bewoner op de andere bewoner worden overgedragen.’

Besmettingscyclus doorbreken

De focus van infectiepreventie – en het doorbreken van de besmettingscyclus – ligt moment vooral bij de zorg en zorgmedewerkers. Dit is logisch, vindt Michels, want zij hebben intensief zorgcontact. ‘Als zij hun handen niet desinfecteren na zorg voor een bewoner, brengen ze al vrij snel micro-organismen over naar de volgende bewoner. Maar daar stopt het niet. Wanneer de handvatten van de tillift na gebruik bij iemand met een BRMO niet even worden gereinigd of als de tilmat niet bij de bewoner blijft en op tijd wordt gewassen, dan bestaat er ook een grote kans op verspreiding.’

Michels gebruikt dit voorbeeld om te laten zien dat schoonmaak van de omgeving en materialen ook een grote rol speelt in de strijd tegen (resistente) bacteriën. ‘De zorg in verpleeghuizen en woonzorgcentra wordt steeds intensiever en ruimten worden intensiever gebruikt. Dat maakt de kans op overdracht van micro-organismen groter. Als je de douche na gebruik niet netjes achterlaat, kunnen bacteriën in de vochtige ruimte prima overleven.’


Michels gebruikt dit voorbeeld om te laten zien dat schoonmaak van de omgeving en materialen ook een grote rol speelt in de strijd tegen (resistente) bacteriën. ‘De zorg in verpleeghuizen en woonzorgcentra wordt steeds intensiever en ruimten worden intensiever gebruikt. Dat maakt de kans op overdracht van micro-organismen groter. Als je de douche na gebruik niet netjes achterlaat, kunnen bacteriën in de vochtige ruimte prima overleven.’

Vrijheid in een woonomgeving

In een verpleeghuis is ook lang niet altijd duidelijk of een bewoner drager is van een BRMO. En ook als het wel bekend is, worden besmette bewoners in een verpleeghuis niet volledig geïsoleerd. ‘Het is een woonomgeving en geen ziekenhuis,’ stelt Michels. ‘Bij dragers van een resistente bacterie worden wel maatregelen genomen op momenten met een hoog risico op verspreiding. Bijvoorbeeld tijdens de ochtendzorg of bij het wassen op bed. Maar verder hebben ook bewoners met een BRMO de vrijheid om te bewegen en aan activiteiten deel te nemen.’ Ook daarom is goed schoonmaken van groot belang.

Wat kun je als organisatie doen?

Nicolet van Eerd is adviseur binnen het programma ‘Aanpak antibioticaresistentie in verpleeghuizen’. Samen met haar collega’s begeleidt ze organisaties. Zij ziet ook dat niet alleen de zorgprofessionals van belang zijn bij infectiepreventie. ‘Huishoudelijk medewerkers, of andere medewerkers die zich bezig houden met taken rond het wonen en welzijn van de cliënt, worden heel vaak vergeten in het antibioticaresistentieverhaal.’

Volgens Van Eerd is het vooral heel belangrijk om niet in kolommen te denken. ‘Het gaat altijd over verschillende diensten binnen het verpleeghuis, maar je bent met zijn allen verantwoordelijk voor de veiligheid en het welzijn van iedereen. Daarom is het ook zo belangrijk om allemaal de kennis te hebben, maar ook met elkaar het gesprek aan te gaan. Hygiënisch werken en infectiepreventie zouden onderdeel moeten zijn van het inwerkprogramma van alle medewerkers.’

Het goede voorbeeld geven

Michels herkent dat. ‘Als je als schoonmaker voor een zorginstelling werkt, moet je voldoen aan de protocollen van de organisatie. Bijvoorbeeld op het vlak van persoonlijke hygiëne en handhygiëne. Toch zijn de medewerkers van de huishouding meestal als laatste sierraadvrij. Omdat uitleg en scholing ontbreken. Net als handhaving trouwens. En je kunt van mensen niet verwachten dat ze zonder uitleg en instructie altijd de juiste dingen doen.’

Van Eerd ziet op dit vlak ook de frustratie bij zorgprofessionals, bijvoorbeeld als een specialist ouderengeneeskunde, gastvrouw of huishoudelijk medewerker wel rondloopt met horloges, ringen en losse haren. ‘Iedereen moet het goede voorbeeld geven.’

Schoonmaak en scholing inkopen

Naast het maken van goede afspraken en organisatiebreed blijvend in gesprek gaan met elkaar is scholing daarom heel belangrijk. ‘En dan niet alleen maar pure kennisoverdracht, maar ook training on the job’, zegt Michels. ‘Want direct op de werkvloer bereik je veel en kost het minder tijd van de medewerker.’

Als organisatie met een eigen huishoudelijke dienst ben je zelf verantwoordelijk voor de kennis van je medewerkers, maar wat doe je als je de schoonmaak inkoopt? Volgens Michels ontzorg je daarmee in theorie jezelf eigenlijk. ‘Maar je moet wel afspraken maken over onder andere het kennisniveau van de medewerkers. En over de werkwijzen, te gebruiken middelen en wat je doet bij een uitbraak. Zorg ervoor dat de ingekochte schoonmaak afgestemd is op de locatie en de protocollen die daar gelden.’

Charlotte Michels ziet wel dat medewerkers in eigen dienst meer betrokkenheid en verantwoordelijkheidsgevoel tonen. ‘Ze staan vaak langer op een vaste afdeling en integreren de werkzaamheden gemakkelijker in de zorgactiviteiten.’

Toon waardering

Adviseur Nicolet van Eerd benoemt nog een ander belangrijk punt. ‘Laat mensen weten hoe belangrijk ze zijn. Huishoudelijk medewerkers voelen zich er vaak een beetje bij hangen binnen een organisatie. Door waardering te tonen, neem je mensen direct mee. En geef je ze een plek. Want ze zijn ook een belangrijk onderdeel van het hele proces.’

Uit de praktijk: hygiënisch schoonmaken in het verpleeghuis

Huishoudelijk medewerkers en schoonmakers binnen het verpleeghuis onderschatten vaak hoe belangrijk ze zijn voor infectiepreventie. ‘Het belang van hun werk moet worden erkend, maar ze moeten zelf ook het gevoel krijgen van mijn werk is belangrijk,’ zegt deskundige infectiepreventie Charlotte Michels van CareB4. ‘En zorgorganisaties moeten hen, net als de zorgmedewerkers trouwens, actief betrekken bij scholing en beleid. Zeker als het gaat over infectiepreventie.’

Carla Kranendonk is coördinator huishouding bij woon- en zorgcentrum Maanderzand in Ede. Binnen Maanderzand besteden ze de laatste tijd meer aandacht aan hygiëne en infectiepreventie via het programma Aanpak antibioticaresistentie in verpleeghuizen. ‘Wij worden daar als schoonmaak ook actief bij betrokken.’

Nicolet van Eerd, adviseurNicolet van Eerd was vanuit dat programma als adviseur actief bij Maanderzand. ‘Tijdens een sessie met ook Charlotte Michels hingen de huishoudelijk medewerkers aan haar lippen. Het waren voor hen allemaal enorme eyeopeners. Heel veel dingen dachten ze goed te doen, maar dat bleek ondanks alle goede bedoelingen toch niet het geval.’

De basis ontbreekt

De bijeenkomst was ’s avonds, vertelt Van Eerd. ‘Iedereen kwam gehaast binnen, maar binnen 5 minuten was iedereen er helemaal bij. Mensen willen heel graag leren en ontwikkelen. Vooral het feit dat ze zelf een bron van besmetting kunnen zijn, kwam binnen. Daar schrikken ze van. Maar het motiveert ze ook. Want door je werk goed te doen, kun je risico op besmetting juist verkleinen.’

Tijdens de bijeenkomst bij Maanderzand realiseerde Van Eerd zich dat verzorgende en verpleegkundige een basis hebben over hygiënisch werken en infectiepreventie. ‘Mensen die werken in de huishoudelijke dienst vaak helemaal niet. Zo weet binnen een zorgorganisatie lang niet altijd iedereen wat een resistente bacterie is.’

Regels gelden voor alle medewerkers

Charlotte Michels, deskundige infectiepreventieSchoonmaak is een steeds belangrijkere manier om de besmettingscyclus te doorbreken, legt Charlotte Michels uit. ‘Voor huishoudelijk medewerkers in een zorgorganisatie gelden daarom dezelfde algemene regels als voor zorgprofessionals als het gaat om hygiëne. Geen sieraden (persoonlijke hygiëne!), op het juiste moment handhygiëne en indien nodig gebruik van beschermende middelen (handschoenen en schort). Ze komen namelijk in contact met bevuild (en mogelijk besmet) materiaal. Sterker nog: ze zoeken het zelfs op en gaan het verwijderen.’

Deskundige infectiepreventie Michels was betrokken bij de ontwikkeling van een opleiding voor schoonmaakmedewerkers in de zorg. ‘In ziekenhuizen gebeurt er al van alles op dit vlak, maar veel mensen in de verpleeghuissector hebben daar nog geen weet van. En dat is ook niet gek. Van huishoudelijk medewerkers kun je niet zomaar verwachten dat ze zonder uitleg en instructie de juiste dingen doen. Schoonmaken is een stuk ingewikkelder geworden. Het is niet meer voldoende als je bijvoorbeeld 10 jaar geleden voor het laatst scholing hebt gehad, dat moet veel vaker.’

Meer aandacht voor scholing

Na die eerste bijeenkomst wilden ze bij Maanderzand meer trainingen en vaker met elkaar het gesprek aan gaan over infectiepreventie. ‘Dit jaar gaan we een uitgebreidere scholing doen,’ vertelt Carla Kranendonk. ‘Over de schoonmaak in de breedste zin van het woord, maar zeker ook over hygiëne. Over de routing bijvoorbeeld, want wat maak je het eerste schoon?’

Charlotte Michels geeft antwoord: ‘Vroeger ging het bij schoonmaken vooral om dat iets er schoon uitzag en lekker rook. Inmiddels weten we dat het bij schoonmaken gaat om het wegnemen van micro-organismen. De volgorde is daarbij ook van belang. De meeste medewerkers weten wel dat je van schoon naar vuil en van boven naar beneden moet schoonmaken, maar weten ze ook wat het vuilst of schoonst is in een ruimte? En handelen ze er ook naar? Vaak gebeurt dat niet bewust. Mensen moeten echt anders gaan werken. Volgens een nieuwe routine.’

Alles nieuw bij Maanderzand

Sinds kort werken ze bij Maanderzand met de microvezelmethode. En ze hebben speciale boxen met daarin doeken, emmers en schoonmaakmiddelen voor specifieke situaties. Met een chlooroplossing voor het norovirus bijvoorbeeld. Bij vervuilde kamers – na een ongelukje – gebruiken ze nu ook speciale doeken. 

‘We hadden het geluk dat alles heel oud was en we dus in een keer konden vernieuwen,’ legt Kranendonk uit. ‘Daardoor kunnen we het hygiënisch werken in één keer goed oppakken. We krijgen ook nieuwe karren en kunnen straks schoon en vuil  goed gescheiden houden.’

Kijk samen naar het proces

Carla Kranendonk denkt dat ze nu bij Maanderzand goed op weg zijn. ‘Pas als we straks alles op de rit hebben en een tijdje op deze manier werken, kunnen we weer verder kijken naar een vervolgstap. Je moet ook niet teveel in één keer willen doen.’ De belangrijkste tip die ze heeft voor andere organisaties is: maak regelmatig tijd vrij om naar het proces te kijken. ‘Waar ben je nu mee bezig? Hoe doe je dat? En is dat de goede manier? Je maakt schoon, maar maak je ook echt schoon?’